Op reis: Kees in Japan (2)

Kees maakt een bijzondere reis door Japan. In de blogserie ‘Op reis: Kees in Japan’ vertelt hij over zijn grappige, enerverende en ongemakkelijke ervaringen in dit knotsgekke land. Dit is deel 2 in deze serie. 

Dat is Japan

In deel 1 van Op reis: Kees in Japan vroeg ik mij af wat Japan was. Nu ik mijn reis naar het land van de rijzende zon volbracht heb, heb ik een benadering gevonden wat Japan is. Toch dient men altijd bescheiden te blijven omdat men nooit Japan zal begrijpen zoals een Japanner dat kan.

Japan: een aangepast land met een aangepaste reis

Japan is een westers land met goede voorzieningen. Overal zijn er drankautomaten (waar je flesjes frisdrank kan kopen voor een kleine prijs), overal zijn er goede schone openbare toiletten, je kan overal water uit de kraan drinken. Je hoeft er niet je halve koffer voor uit te trekken om een reisapotheek mee te nemen. Grootste nadeel van Japan is dat men er Japans schrijft in hun eigen schriften. De meeste mensen spreken ook nauwelijks Engels.

Dan is het toch handig om in een groep te reizen. Omdat ik mijzelf in een normale reisgroep toch het buitenbeentje voel als slechtziende, ga ik voor dit soort reizen mee met stichting Twin-Travel. Zij organiseren reizen voor blinden en slechtzienden, waarbij Twin-Travel zorgt voor begeleiding. Om het zowel leuk voor de blinde/slechtziende als de begeleider te houden, wordt elke dag van begeleider gewisseld. Je hebt dus geen vaste begeleider. Je kan uiteraard wel zelf iemand meenemen om te begeleiden. Dat gebeurde niet tijdens deze reis, maar heb ik bij andere reizen wel gezien.

Je slaapt in principe op een tweepersoonskamer samen met iemand van hetzelfde geslacht, tenzij je met een eigen partner meegaat. Ik ga vooral met dit soort reizen mee omdat ik nu op plekken kan komen waar ik anders niet zo snel uit mijzelf naartoe zou gaan. Het voordeel van een dergelijke groepsreis is bovendien dat je je geen zorgen hoeft te maken over allerlei formaliteiten, zoals het regelen van tickets e.d., want daarvoor is de ‘reisleider’.

Wat doet een begeleider voor je tijdens een Twin-travelreis? Je gaat met een begeleider op stap. De begeleider kan je bepaalde dingen aanwijzen die interessant zijn. Voor mensen die helemaal blind zijn, zal de begeleider ook vertellen hoe bepaalde objecten eruit zien. Soms is het mogelijk om bepaalde voorwerpen of kledingstukken te mogen aanvoelen. Blijft wel natuurlijk gelden, je bent samen op stap.

Japan heeft, zoals ik in mijn vorige blog al schreef, veel gedaan om de infrastructuur aan te passen voor blinden en slechtzienden. Zo zijn vele stoepen al voorzien van geleidelijnen en hebben vele stoplichten een ‘vogeltje’ dat piept als je mag oversteken. Op sommige metrostations klinken er zelfs bij trappen vanaf het perron vogeltjes om aan te geven waar de trap precies is. Over metroperrons gesproken. Omdat een metro altijd op hetzelfde punt stopt langs het perron zijn er op het perron lijnen getekend die aangeven waar mensen moeten staan als ze in de rij staan om te wachten opdat ze de metro in mogen stappen. Perronwachters houden in de gaten dat iedereen zich daaraan houdt en niet zo maar probeert in te stappen.

Blind & op reis: Kees in Tokyo, Japan

Geleidelijnen in Japan

Japan heeft gedienstige mensen

Als je op straat een willekeurig iemand de weg vraagt, probeert hij je altijd te helpen. Ook al spreken ze geen Engels, ze proberen je toch met handen-en-voeten te helpen. Hieruit blijkt voor mij wel het verschil tussen een Chinees en een Japanner. Aan het uiterlijk is lastig het verschil te zien, maar wel zodra je hem hoort. Ik hoor het verschil tussen Japans en Chinees (Mandarijn). Ook qua houding verschilt een Japanner van een Chinees. Chinezen zijn druk, zeker als ze in een groep zijn. Japanners blijven rustig en stil. Een Chinees zal je overigens niet zo snel helpen als hij je niet begrijpt, wellicht kijkt hij je glazig aan en gaat verder. Een Japanner probeert je echt te helpen. In Kyoto liep een man die ons de weg wees zelf mee tot aan het metroperron. We hadden de beste man al een aantal keren bedankt omdat we de weg nu wel verder zouden kunnen vinden, maar we kwamen maar niet van hem af (werd de gedachte).

Japan heeft geschiedenis

Japan is een land vol van geschiedenis. Zo zijn er vele tempels en tempeltjes, waar mensen ook nu nog vaak even naar toe gaan. Dat kan makkelijk omdat ze open zijn en men makkelijk een gebed kan doen. Dat stamt vooral uit het Shintoïsme. Daarbij werpt men meestal eerst een muntje ter offer, buigt twee keer, klapt twee keer in de handen, of trekt aan een touw om een bel te luiden. Doet een gevouwen gebed en buigt nogmaals. Japan kent ook vele Boeddhistische heiligdommen. Dat zijn vaak tempels met een boeddha als tempelheilige. Men kan een wierrookje branden om een gunst te vragen. Natuurlijk ontbreekt de bak waar men muntjes in gooit niet. Voordat men de tempel zelf betreedt is er meestal een reinigingsbak waar men een reinigingsritueel dient te doen. Dat betekent dat men water uit een kraantje in een houten lepel laat lopen. Van deze lepel giet men vervolgens een beetje water over de linkerhand, vervolgens de rechterhand en dan weer over de linkerhand. Dan brengt men de lepel met beide handen tot bij de mond en laat het water de lippen raken. Vervolgens zet men de lepel rechtop neer en legt hem met de bolle kant naar boven weer neer voor de volgende gebruiker.

Als je denkt dat Kyoto met haar filosofenpad al historisch is, dan moet je maar eens naar Nara gaan. Dat is een soort van openluchtmuseum met allerlei historische tempels. Eigenlijk is het een hertenkamp met allerlei tempels eromheen. De herten lopen er los rond en eten alles wat los en vast zit, net als de grijpaapjes die ik op Bali heb gezien, bovendien stinken deze herten. Terugkomend op de historie: er staan verschillende oude tempels: een tempel met een grote koperen Boeddha, een tempel bekend om haar lantaarns en scharlakenrode bovenbouw. Je gelooft nooit hoeveel rood je dan wel niet ziet.

Het nabijgelegen Inari kent het langste en bekendste pad met de scharlakenrode tori’s (poortjes), bekend uit de film “Memoires of a geisha”. Een tori bestaat uit twee scharlakenrode palen met daarboven een zwarte dakje. Op de zijkant van de palen staat ook nog een spreuk geschreven. Het pad loopt in een circuit rond een berg door de bossen.

Ook zijn er verschillende oude kastelen. Men moet zich bij zo’n kasteel niet een Europees kasteel met muren met kantelen voorstellen maar meer een soort van pagode, verschillende daken die op elkaar gestapeld zijn. Ze bestaan vaak ook nog voor een groot deel uit hout. In Matsumoto ben ik bijvoorbeeld in het oudste bewaard gebleven kasteel geweest. Deze telt iets van zes verdiepingen. Het kasteel wordt ook wel het zwart-witte kasteel genoemd. Dat is vooral ‘s-avonds goed te zien omdat het wit van de geschilderde zijkant en het zwart van de daken zich dan goed van elkaar afsteken.

Japan - Foto Pawel Nolbert op Unsplash

Tori’s uit Memoires of a Geisha – Foto: Pawel Nolbert op Unsplash

Japan heeft bergen

Zo’n zeventig procent van het oppervlakte van Japan bestaat uit bergen. Zelf ben ik tijdens deze reis een aantal keren de bergen in geweest. Er valt hier in de winter zeker een meter sneeuw. Geen wonder dat hier de Olympische Spelen van Nagano werden gehouden. Daar ben ik zelf redelijk dichtbij langsgereden. Mount Fuji (de hoogste berg van Japan) heb ik ook gemist. Meestal is deze berg in wolken gehuld, dus ook als ik langs komen. In de bergen is het aanzienlijk koeler dan aan de kust. Ook groeien hier meer loofbomen. Rijst wordt er zeker ook nog verbouwd. Dat moet men voorstellen zoals men in Nederland koren verbouwd. De bergen zijn veelal dicht bebost met vele loofbomen.

De bergen zijn er net zo stijl als in de Alpen van Europa. Ikzelf heb diverse malen met een bus over een bochtige bergpas gereden, of met een treintje zigzaggend langs een bergwand, of te denken valt aan een ritje met een kabeltrein (funiculaire).

Nabij de stad Kamakura (ten zuidwesten van Tokyo) heb ik een dag dwars over een bebost bergpad gelopen. Het pad liep langs een aantal historische tempels, een tienmeter hoge boeddha waar je in kon (dan ben je echt in de Boeddha ontvangen). Het pad was nauw, net zo smal als jezelf, en af-en-toe behoorlijk stijl. De treden werden veelal gevormd door boomstammen die de grond bij elkaar hielden. De treden waren soms wel meer dan dertig centimeter hoog en het was stijl omhoog. Ook moest je niet op een kale rots of boomstam gaan staan, want die kon weleens glad zijn. Bovendien, wat stijl omhoog gaat, kan net zo goed stijl omlaag gaan. Gelukkig was er vaak een leuning, of tauw, waar je je aan vast kon houden. Het één-en-ander werd vermoeilijkt doordat die dag behoorlijk regende, de resten van een taifoen werd gezegd. Mijn schoenen waren aan het einde van de dag helemaal doorweekt. Was ik blij dat ik toch maar een lichte regenjas en paraplu had meegenomen uit Holland. Als je zo’n wandeltocht hebt volbracht, dan brengt dat gelukkig veel voldoening.

In Koyasan, een dorp gelegen aan een bergpas, staat Japans oudste Boeddhistische tempel. Hier wordt herdacht dat de Boeddha naar Japan is gekomen. Ook vind men hier een grote begraafplaats waar een paar duizend familiegraven staan. Hier worden nog steeds mensen begraven. We verbleven hier in een Boeddhistisch klooster. De kamers waren als traditioneel Japanse kamer ingericht. Je sliep op een futon (matras) en moest overal oppassen waar je je schoenen of slippers wel of niet aan moest doen. Het eten was er vegetarisch, waarbij de smaken elkaar telkens aanvulden. Gelukkig kon je hier ‘s-avonds wel genieten van een onsen. Dat is een soort warmwaterbad waarin men gaat om tot rust te komen. Een onsen kent een heel ritueel, men gaat altijd naakt in een onsen, er is altijd een heren- en damesgedeelte, men moet zich eerst grondig wassen (zeg maar afschrobben) alvorens het hete bad in te gaan. Sommige onsens vragen om stilte, andere zijn minder strikt.

Japan heeft eten met stokjes

In Japan eet men vooral met stokjes; dus ik ook. In de reisbeschrijving werd nog gewaarschuwd om voor de zekerheid eigen bestek mee te nemen. Dat bleek achteraf niet echt nodig. Meestal heeft men wel ‘westers’ bestek, ook al moet je erom vragen. Vaker is er wel een lepel die voor de soep en de rijst gebruikt wordt. Het is een hele uitdaging om gevulde noedelsoep met varkensvlees op te eten met stokjes. Gelukkig door mijn eerdere reis naar China, was het eten met stokjes mij niet geheel nieuw. Wellicht helpt ook dat ik een fijne vingermotoriek heb ontwikkelt door het vele blind typen en het altvioolspelen. De stokjes houdt je vast met de rechterhand alsof je een pen vasthoudt, waarbij je het bovenste stokje het eten op het onderste stokje aandrukt en zo naar je mond brengt. Hele gladde noedels vallen steeds van je stokje af en die moet je eigenlijk snel al slurpend van het stokje afzuigen.

In Japan heb ik ook een keer bij een sushi-bar gegeten. Dat is een hele unieke ervaring. Je zit met z’n allen rondom een lopende band waarover schoteltjes met gerechtjes ronddraaien. Elk gerechtje bestaat uit rauwe vis met eventueel wat groente en rijst. De gerechtjes zijn zo groot dat je het in twee of drie happen op hebt. De prijs van het gerecht wordt bepaald door het soort schotel waar het gerechtje op ligt. Je rekent af door het aantal schoteltjes dat je hebt gebruikt naar de kassa te brengen.

In Japan hebben ze ook McDonalds en ja daar ben ik ook een keer geweest. Eigenlijk was de reden heel zakelijk, we konden geen ander restaurant vinden waar we met z’n allen konden zitten. Qua eten is de McDonalds hetzelfde als in Nederland. Ik vond de smaak niet slechter.

In Japan drinkt met niet alleen thee. Er is volop goede koffie te krijgen. Vele automaten bieden koude koffie of koude thee in fles- of blikvorm aan. De koude koffie heb ikzelf niet geproefd, maar wel de koude thee. Het smaakt (voor mij) niet veel anders dan warme thee; maar smaken verschillen. De groene thee in Japan is echt groen, niet half bruin zoals bij ons. De smaak van de klassieke groene thee is anders dan de bij ons bekende. Waarbij de groene thee bij ons iets weg van gras heeft is de Japanse groene thee wat zuurder en dikker van structuur. De ‘drap’ zit zeg maar nog in de thee. Het lijkt meer een soort erwtensoep dan op thee. Ze wordt veelal geserveerd in een platte kom in plaats kop/mok. Ik was zo ongeveer de enige van de reisgroep die het wel lekker vond. Je moet ervan houden.

Foto door Josh Wilburne. Van Unsplash.

Foto door Josh Wilburne. Van Unsplash.

Japan heeft veel moois te zien.

Samengevat: in Japan heb ik veel mooie dingen gezien en beleefd. Van het blitsende Tokyo, de Japanse trein tot het Zen-Boeddhisme in de beboste bergpas van Koyasan. Ik ben twee weken weggeweest, maar het voelt alsof ik een maand ben weggeweest. Ik heb veel mooie indrukken mogen opdoen met leuke reisgenoten. Waar mijn volgende reis naar toe gaat?! De tijd zal leren wat er op mijn pad verschijnen zal. Voor mij zijn er nog genoeg plekken op deze wereld waar ik nog eens naar toe wil of naar terug wil. Japan is daar één van.

Ontvang onze nieuwsbrief

Wil jij meer interessante blogs lezen van mensen die blind, slechtziend, doof of slechthorend zijn? Abonneer je op de nieuwsbrief van Ctalents Community. Je kunt ook je eigen blog met ons delen, mail naar redactie@stichting-ctalents.nl.